Verhalen van lezers

Zelf ook iets moois, of iets minder moois, meegemaakt met je eendje? Stuur het snel op!!

Eens een keer iest anders (uit nummer 14)
Inbraakpreventie (uit nummer 14)
Een afscheidsbrief (uit nummer 14)


Eens een keer iets anders

Half juli was het weer tijd voor vakantie. De Afgelopen vijf jaar had ik iemand op gezocht om samen met mij en mijn eend een eind te gaan  toeren. Het mag bekend zijn dat het niet echt verstandig is om met meer dan twee mensen in een eend een eind te gaan rijden, laat staan met z'n vijven. Aangezien ik niet het type ben dat zich samen met 59 andere mensen in een bus laat stouwen om daar vervolgens na 16 uur, als je het overleefd hebt naar zuurstof happend en met een dubbele hernia uitgeladen te worden op een plek waar je dan minimaal 10 dagen moet blijven, moest er iets anders bedacht worden.
Een alternatief werd gevonden in een combinatie van mijn speciaal hiervoor gekochte donkergroene BX break van 7 jaar oud en een gehuurde Renault Twingo van bijna 2 jaar oud. Ondanks mijn grenzeloze vertrouwen in de franse autotechniek voelde ik me minder zeker dan de vijf voorgaande jaren met m'n eend. Dit zou gelegen kunnen hebben aan de kilometerstand van de BX 195.741 bij vertrek, maar alles voelde goed en dus niet moeilijk doen en gewoon gaan, terecht naar nu blijkt. Nu ze weer staat uit te rusten voor de deur van m'n ouderlijk huis heeft ze zonder echte pech 200.834 op de teller staan. Op weg dan maar, op naar Riccione, voor de eerste paar dagen. Dit oord was gekozen omdat ook ik als student behoefte heb aan wat meer sociale contacten dan alleen m'n reisgenoten. De bedoeling was om hier aan het eind van de eerste dag te zijn. Dit plan werd helaas om zeep geholpen door een paar Zwitsers die het nodig vonden om het verkeer in de st. Gotthardtunnel zodanig te reguleren dat we drie en een half uur in de file moesten staan. Dit koste ons onze mooie gemiddelde snelheid van 140 km per uur die we op dat moment hadden. Alsof dat nog niet erg genoeg was, vonden een aantal in verdacht ouderwets uitziende uniformen gestoken grenswachten, het ook nog eens nodig om aan de Zwitsers-Italiaanse grens alle auto's uit te zwaaien. Gevolg weer een uur file. Het enige positieve dat ik in Zwitserland heb mogen beleven is de benzineprijs, maar verder hoef ik in dat land voorlopig niet meer te komen! Dankzij onze Zwitserse 'vrienden' was het verst haalbare Como in Noord-Italië. Hier troffen we nog wel een paar helden die weer eens een wereldreis aan het maken waren in hun eend, mijn broer met zijn vriendin. Na een avondje bijkomen van de lange rit, met de fles in de hand en wat slaap was het de volgende morgen tijd om alsnog te proberen Riccione te bereiken. Op deze tocht heb ik het nut van een moderne auto voor de vakantie mogen ontdekken. Rijdt iedereen in de file even hard, op een bijna lege autostrada met drie rijbanen is dat wel anders. Met zelfs voor Italië illegale snelheden, die soms boven de 160 uitkwamen (een Twingo haalt niet meer), wordt de reistijd al snel een uur minder. Riccione werd voor het eind van de middag bereikt. De plannen van dit jaar waren echter iets ambitieuzer dan strand, drank en de andere zaken die zo'n badplaats bieden. Het volgende doel was Rome. Op de ringweg had ik één beslissing snel genomen: Ik ga niet met de auto de stad in. Drie rijbanen betekenen op de ring dat je best met z'n vieren naast elkaar kunt rijden als het 'nodig' is. Dat dit normaal is zou later in Napoli nog wel blijken. Hier haalt zelfs de politie je rechts in, als je 20 meter na het inhalen nog niet terug gaat naar de rechterbaan. Het begin van de terugreis naar Nederland heeft het enige moment opgeleverd dat de motorkap van de BX open moest. Hier bleek dat de BX toch wel een echte Franse auto is: de dynamo was losgetrild. Bij een snelheid van ruim 150 km/uur begon m'n acculampje te branden. Ik kwam al snel tot de conclusie dat dat niet hoort. Het probleem bleek dus een los gerammeld schroefje van de dynamo te zijn, waardoor de V-snaar deze niet meer aandreef. Gelukkig was m'n vertrouwen in de BX zo groot dat ik een EHBO pakket voor de BX had samengesteld, waarin ook uitlaatklemmen van een eend zaten, waarin weer bouten zaten waarmee ik de dynamo van de BX kon vastzetten, zo zie je maar weer, bij Citroën past alles op elkaar! De rest van de terugreis was saai, lekker door blazen en na elke 500 kilometer even rusten. De moraal van dit verhaal is eigenlijk eenvoudig: Een BX is echt een wereldauto, fijne reisauto en toch nog enige stijl, die vooral veel ruimte en comfort biedt. Het enige dat jammer is aan mijn BX is de wat karige uitvoering, standaard met zwengelramen en individuele portier vergrendeling, maar wel met toerenteller. Een eend heeft tenminste nog een open dak en een uitstraling die geen enkele andere auto evenaart. Als het aan mij ligt wordt het volgend jaar toch weer een tocht per 2CV naar het zuiden...


Inbraakpreventie

Ik heb heel wat merken auto's gehad , maar de eend brak alle records. Bij toeval liep ik tegen deze auto aan en de eerste proefrit was vreselijk. Ik dacht ook, 'mij niet gezien in zo'n koektrommel op wielen', maar kinderen en kennissen prezen de auto de hemel in en verzekerden mij, áls je er eenmaal aan gewend bent wil je niets anders meer'. Dus ik kocht hem, dat was december 1998. Ja, voor mijn budget was hij magnifiek. Mijn eerste lange rit van ongeveer 200 km maakte ik in de stromende regen. De wissertjes die maar één stand hebben konden het amper verwerken. Om wat frisse lucht te krijgen in de auto, draaide ik het roostertje onder het raam open. Ik waaide direct uit m'n hemd, maar goed het is immers niet m'n hondaatje. En m'n zoons maar lachen, hun moeder achter de poppenruitjes van de eend. Toch begon ik aan hem te wennen, de zit is perfect. Een ieder die de moed heeft om met me mee te rijden vind de stoelen geweldig. De angst dat m'n dak er af zou waaien met storm is gelukkig minder geworden. Dat hij duidelijk en luid van zich laat horen met rijden, ach daar went men aan. Dat alle passerende eendenrijders mij groeten is toch heel lief, dat geeft je een bepaald gevoel. Ik begin m'n eend te waarderen en ik heb plannen hem eens wat op te fleuren. Ik schilder namelijk en van het linnen naar de auto moet toch te doen zijn. Zodra er iets moois op staat zal ik een foto maken en deze opsturen.
Wel heb ik een hele nare ervaring. De auto heeft één portier dat niet op slot kan. Ik heb een groot stuurslot dus wegrijden kan niet, maar sommige knapen weten dat de auto open is en willen hem 's nachts nog wel eens als onderkomen gebruiken en ze laten hem niet netjes achter, erger hij ziet er dan uit als een vuilnisbak en dat is niet alles. Uit balorigheid werd de bedrading los getrokken en nog meer van die geintjes. Vanzelfsprekend heb ik er politiewerk van gemaakt, maar nu parkeer ik m'n autootje elke dag maar ergens anders, soms zelfs een paar straten van mijn huis af. Het gebeurt nu niet meer, maar het is toch niet leuk om zo elke morgen naar je auto te lopen met de angst of alles nog in orde is. Ik woon erg leuk, maar 7 hoog kan ik de parkeerplaats niet overzien. Er staan ook veel bomen, dus het zicht is sowieso slecht, maar voorlopig blijf ik toch rijden en ik krijg er nu ook plezier in. Als ik er eerdaags na de keuring de zomer mee doorkom zonder dat hij vernield wordt, dan blijf ik rijden. Anders gaat hij weg. De auto is een 2CV6 club S6 van 12 juni 1987.
Is het inderdaad raadzaam één portier open te laten? Ik vraag me af of andere rijders ook wel eens dit soort problemen hebben. Misschien lees ik er nog eens over.
Voor zover mijn ervaring. Groetend alle andere eendrijders , want ik vergeet wel eens te zwaaien hoor! Bij deze goedgemaakt.
Nel van der Meij


Een afscheidsbrief

Bijna 2 jaar geleden was ik, als werkende moeder op zoek naar een goed en goedkoop vervoermiddel om mij naar mijn werk te brengen. Bij een eendenspecialist, viel mijn keuze op een grijze eend uit 1986. Mooi in de lak, mooie nieuwe bekleding, kosten Hfl 5000,--, maar ze was prachtig.
Ape-trots was ik op mijn eerste wagen.
Onze jongste zoon, toen 2 jaar oud en auto-expert kon er nachten lang niet van slapen.
Dat er de eerste dag al brand uitbrak in het dashboard, mocht de pret niet drukken, want dat was volgens de garage niets bijzonders en zo te verhelpen.
En zo kwam die oude grijze dame in ons gezin. Ze mocht lekker warm in de garage en zij bracht ons daarvoor trouw overal heen. Nou ja trouw, ze had wel eens kuren en liet je wel eens in de steek, maar wij, wij hielden van haar en werden dan niet al te boos, maar lieten haar gewoon snel maken.
Een beoordelingslijst in het tijdschrift de 'Tweecylinder' zette ons aan het denken over de garage waar onze dame was gekocht en APK werd gekeurd. De garage werd als duur en minder goed beoordeeld. Dus toen de eend weer een APK- keuring moest ondergaan, gingen we naar een garage met een goede beoordeling in die lijst. Die garage keek haar na en dat werd het begin van het einde.
Ze werd afgekeurd. De carrosserie was helemaal rot, ze had de vorige APK's niet eens goedgekeurd mogen worden!! Bovendien was er verkeerde remvloeistof gebruikt, waardoor er in de loop der tijd een reparatie aan zou komen van rond de Hfl 1200,--
En dan sta je daar.
Eend weg, Hfl 5000,-- weg, maar met een groot gevoel van: 'ik ben belazerd'.
Dus terug naar het verkoopadres.
Daar wilde men ons wel helpen:

Onze oude grijze dame kreeg tenslotte een goede bestemming, ze mocht naar een 'rusthuis'. Daar wordt ze gestald met wat andere eenden tot de nieuwe eigenaar haar gaat opknappen als hij in de vut zit.
En ik, ik heb geen eend meer, nooit meer in de zomer het dak open, nooit meer schommelen in een bocht en geen lid meer van 'De Tweecylinder', maar wel een illusie armer. Er zijn dus wel degelijk oneerlijke mensen.